50VitaalPlus

50VitaalPlus is een uitgave van VGS Media BV | COLOFON | ADVERTEREN | CONTACT

  • A  A  A  

Trouwen

februari_2018_nieuwe_kleuren.indd

Sinds 1 januari 2018 gelden er nieuwe juridische regels voor mensen die gaan trouwen. De nieuwe beperkte gemeenschap van goederen geldt daarbij alleen als er wordt getrouwd zonder het maken van huwelijkse voorwaarden.

De oude regeling zijnde de algehele gemeenschap van goederen heet nu beperkte gemeenschap van goederen. Ondanks dat de tenaamstelling van de regelingen erg op elkaar lijkt, zijn toch grote verschillen te noemen. De regels betreffende huwelijken gesloten vóór 2018 blijven onveranderd. Er worden sinds 2018 dus feitelijk twee systemen naast elkaar gevoerd.

Onder de oude regeling zijn alle bezittingen en schulden, ontstaan vóór en tijdens het huwelijk, gezamenlijk vermogen. Alleen als erfenissen en schenkingen op basis van een uitsluitingsclausule worden verkregen, vallen deze buiten het gezamenlijke vermogen.

Sinds 2018 ontstaan onder de nieuwe regeling doorgaans altijd twee privévermogens en één gemeenschappelijk vermogen. Het privévermogen en de privéschulden welke vóór het huwelijk zijn ontstaan vallen buiten de beperkte gemeenschap en blijven dus privévermogen. De beperkte gemeenschap (het gezamenlijke vermogen) omvat alle goederen en schulden van de echtgenoten die vóór het huwelijk al gezamenlijk waren. Verder behoren tot het gezamenlijke vermogen alle goederen en schulden die vanaf aanvang van de gemeenschap tot aan ontbinding van de gemeenschap ontstaan. Een grote uitzondering hierop vormen de erfenissen of schenkingen die tijdens het huwelijk worden gedaan aan een van de echtelieden. Deze behoren voortaan tot het privévermogen.

Door de duidelijkere splitsing van privévermogen en gezamenlijk vermogen zullen de echtelieden eerder te maken krijgen met de zogenoemde vergoedingsrechten. Een vergoedingsrecht ontstaat bijvoorbeeld als er privégeld van een van de echtgenoten (bijvoorbeeld een ontvangen erfenis) is overgeheveld naar het gemeenschappelijk vermogen (bijvoorbeeld ter financiering van de aanschaf van een gezamenlijke woning). In dit geval moet dit overgehevelde bedrag worden vergoed door de gemeenschap aan die ene echtgenoot. Onder de oude wetgeving zijn vergoedingsrechten doorgaans alleen aan de orde voor zover er sprake is van een erfenis of schenking die verkregen is onder een uitsluitingsclausule.

Met een uitsluitingsclausule bepaalt de schenker of overledene dat de schenking of erfenis niet in enige gemeenschap valt. Op basis van de nieuwe wetgeving is het maken van een uitsluitingsclausule door een schenker of erflater niet meer nodig.

Met een insluitingsclausule of gemeenschapsclausule kan van de nieuwe regeling worden afgeweken.

De nieuwe regeling maakt een duidelijk onderscheid tussen vermogen en schulden van voor het huwelijk en opgebouwd tijdens het huwelijk. Daarbij komt een eventuele waardestijging van voorhuwelijks vermogen dus maar aan een partij toe.

Zeker in situaties met een onderneming en een eigen woning kan een en ander soms zeer onredelijk uitpakken.

Voorhuwelijks ondernemingsvermogen valt in de nieuwe regeling buiten de gemeenschap. Ook voor wat betreft waardestijgingen na het aangaan van het huwelijk. Veel discussie valt daarbij te verwachten ten aanzien van de bepaling, die ‘een redelijke vergoeding’ voor kennis, vaardigheden en arbeid in het kader van die voorhuwelijkse onderneming voorschrijft. Deze vergoeding zal jaarlijks daarbij moeten worden voldaan door de onderneming aan de gemeenschap.

Onduidelijk is hoe de redelijke vergoeding bepaald moet worden. De wet geeft op dit punt nog weinig rechtszekerheid. Op het moment dat rechters hierover gaan beslissen, ontstaan er mogelijk richtlijnen. Lastig blijft in hoeverre deze gevallen straks met elkaar te vergelijken zijn.

Ook voor de woning geldt dat deze tot het privévermogen wordt gerekend als deze is gekocht en gefinancierd door een van beide partijen. Daarbij maakt het niet uit of de aankoop voor of tijdens het huwelijk plaatsheeft. Bij een aflossing op de aan de woning verbonden lening is het daarbij zaak goed op te letten uit welk vermogen de aflossing wordt gedaan. Een toekomstig vergoedingsrecht ligt daarbij al snel op de loer.

Als een voorhuwelijkse woning in gezamenlijk eigendom is aangeschaft vormt dit vermogen door het aangaan van het huwelijk ook gezamenlijk vermogen. Het gaat echter mis als de woning voor het huwelijk is aangeschaft en gefinancierd in een andere verhouding dan 50/50%. Door het aangaan van het huwelijk wordt de woning voortaan wel tot de beperkte gemeenschap gerekend waarbij wordt uitgegaan van een eigendomsverhouding van 50/50%. Een dergelijke vermogensverschuiving zal alleen kunnen worden voorkomen door het aangaan van huwelijkse voorwaarden.

Volgens de wetgever zal de nieuwe regeling er toe moeten leiden dat er minder mensen gaan trouwen op basis van huwelijkse voorwaarden. Huwelijkse voorwaarden moeten worden opgesteld door een notaris en zullen afwijkende regels kunnen bepalen omtrent de verdeling van opgebouwd en nog op te bouwen vermogen. Gezien de knelpunten van de nieuwe regeling zal in veel gevallen juist wel moeten worden geadviseerd duidelijke afspraken te maken over de verdeling van vermogen, vergoedingsrechten alsmede de hoogte van een redelijke vergoeding vanuit de onderneming.

Het aangaan van huwelijkse voorwaarden zal daarbij de oplossing bieden.

Gerbert Middelkoop, zelfstandig financieel planner en belastingadviseur. (06 13 01 04 20)

 

Reageren

Reacties