50VitaalPlus

50VitaalPlus is een uitgave van VGS Media BV | COLOFON | ADVERTEREN | CONTACT

  • A  A  A  

Jureren

Hans Böhm columnfoto 2018 JvG

Onlangs werd ik gevraagd in de jury plaats te nemen van een amateurfilmfestival. Een kijkje in de keuken. Om te beginnen: iedereen die in een jury gezeten heeft weet hoe meningen kunnen verschillen. Dat geldt voor iedere jury, ook professionele, of het nu over de mooiste bloem, het beste optreden of het meest ingrijpende moment van de eeuw gaat. Met de beste bedoelingen en naar eer en geweten probeer je elkaar uit te leggen dat rood net iets mooier is dan blauw, vierkant in dit geval beter dan hoekig, het gevoel belangrijker dan techniek. Dus is het maar goed dat belangrijke criteria vastliggen, dat biedt houvast voor iedereen. En het is beter als er meer juryleden zijn, dat biedt een vangnet tegen een eenzijdige rapportage.

Bij een filmfestival bestaat het juryrapport uit twee delen: het verhaal en de techniek. We zoomen daar even op in.

Eerst de techniek, want die is tastbaar, aanwijsbaar. Daar kun je makkelijker over praten. De standpunten van de camera, de compositie van de beelden, het kader, de scherptediepte waardoor het oog wordt geleid. Beeldwisselingen storen als ze niet in het goede ritme zitten. De mise-en-scène, dat is alles wat met beeldtaal te maken heeft: het decor, de belichting, de kleding, attributen, de schmink maar ook de lichaamstaal van de acteurs en hun interactie. Geluid! Geluid kan de illusie maken en breken. Niets is erger dan de totale bandstilte tussen twee scènes omdat men vergeten was wat algemeen achtergrondgeluid in te monteren. Het scenario moet doordacht zijn want dat maakt dat je mee kunt leven, dat je opgaat in het verhaal. Je kunt best sprongen maken in de tijd en in psychische ontwikkelingen maar het moet geloofwaardig blijven.

Hoe wordt een verhaal verteld? Een verhaalstructuur kan chronologisch zijn maar dat hoeft niet. Good old Aristoteles gaf in zijn werk Poetica (335 voor het jaar 0) al enige tips. Over de rol van de protagonist (hoofdpersoon, vaak goed) de antagonist (de tegenspeler, vaak slecht), de deuteragonist (het hulpje van de hoofdpersoon) en de tritagonist (belangrijker dan andere bijrollen). Bij een cursus scriptschrijven word je duidelijk gemaakt hoe belangrijk die verschillende personages zijn om het hele verhaal te vertellen. Essentiële informatie komt soms van het buurmeisje of de ober en dat vaak nog bij toeval. Denk aan de plot: dat is het geraamte van een verhaal waar het vlees, de vertelling, aan wordt opgehangen. Bij detectives komt de plot vaak helemaal aan het eind. Voor onverwachte wendingen krijg je extra punten want dat houdt de spanning erin. En natuurlijk drama, symboliek, metaforen, die zetten de fantasie in werking en de emotie.

We kregen eens de opdracht om een eigen versie van ‘Op hoop van zegen’ te maken. Een stuk met veel gejammer. Ik maakte er een vrolijke boel van waarin lol werd gemaakt en alles goed kwam. “Dit noemen we absurdisme” was het afgemeten commentaar.

Van sommige films herinner je je jaren later nog steeds bepaalde scènes omdat alles precies goed was, niet te veel niet te weinig.

Waar denkt u nu aan?

Groet, Hans Böhm

www.HansBohm.com

 

Reageren

Reacties