50VitaalPlus

50VitaalPlus is een uitgave van VGS Media BV | COLOFON | ADVERTEREN | CONTACT

  • A  A  A  

Belastingrecht (of krom)

gerbert-column-fiscaal-foto-gm

Met de komst van het kabinet Rutte 3 zijn er inmiddels diverse wijzigingen in de fiscale wetgeving aangekondigd en deels ook al doorgevoerd. De nadruk ligt daarbij op een verlaging van de belastingheffing op inkomen en het verhogen van de belastingheffing op consumptie. Of de maatregelen eerlijk uitpakken is maar de vraag. De verhoging van de omzetbelasting op het verlaagde btw-tarief (van 6 naar 9%) raakt iedere burger op ongeveer dezelfde wijze. Het gaat bij het verlaagde btw-tarief veelal om eerste levensbehoeften en daar valt nu eenmaal minder op te besparen.

De verlaging van het belastingtarief in de hoogste belastingschijf daarentegen bevoordeeld alleen de beter betaalden. Sterker nog … de overstap naar een tweeschijvenbelastingstelsel in de inkomstenbelasting leidt juist voor de laagst betaalden tot een stijging van het belastingtarief op inkomen.

Dat onze fiscale wetgeving niet altijd goed is uit te leggen is zeker niet nieuw. Zo hadden we in het verleden bijvoorbeeld de 68%-regeling die er voor zorgde dat mensen met veel vermogen maar geen inkomen helemaal geen (vermogens)belasting waren verschuldigd. Zeker voor de eigenaar van een bedrijf die het inkomen zelf kon beïnvloeden pakte dit erg gunstig uit.

Meer recent leek het met het voorstel tot het afschaffing van de dividendbelasting wederom helemaal mis te gaan. De maatregel, die niemand kon uitleggen maar niemand ook heeft gewild, haalde het gelukkig niet. Eind goed al goed …

Toch is het berusten in bepaalde uitzonderlijke situaties geen optie. In dat kader schreef ik al meerdere keren over de onredelijke belastingheffing over vermogen in box 3. Zeker mensen die genoegen (moeten) nemen met een laag rendement op de spaarrekening worden op basis van de box 3-heffing onevenredig hard geraakt. Een spaarrente van 0,1% per jaar over een spaartegoed van € 500.000 leidt in 2019 nog steeds tot een belastingheffing van 1,15%. Een belastingheffing van maar liefs 1150%. Ik blijf er bij dat dit niet is uit te leggen.

Maar goed … voor veel problemen is een oplossing te bedenken. Zo kan de vermogende particulier met de spaarcentjes verhuizen van box 3 naar een spaar-BV. In de spaar-BV wordt het rendement op het spaargeld namelijk belast op basis van het werkelijk behaalde rendement. De heffing in de BV blijft dan steken op een schamele 20% van het werkelijk ontvangen rendement. Een bruikbare oplossing voor mensen met (veel) spaargeld. Toch is het niet uit te leggen dat we een dergelijk noodgreep nodig hebben om kromme wetgeving in ons voordeel te repareren. En daarbij moet je er wel door iemand op gewezen worden.

Dat het belastingrecht ook op andere gebieden soms krom uitpakt, blijkt bijvoorbeeld uit de toepassing van de ouderkorting. Heeft een AOW-gerechtigde in 2018 een inkomen van minder dan € 36.346 dan is de korting op de verschuldigde inkomstenbelasting maar liefst € 1.418. Is het inkomen onverhoopt € 1 hoger dan is de korting opeens nog maar € 72. Goede reden om een en ander nog eens na te kijken en zo nodig vlak voor het openen van de champagne op oudejaarsavond alsnog te repareren.

Er zijn zeker nog meer voorbeelden te noemen. Ik wil benadrukken dat het niet allemaal kommer en kwel is. Dat ons Nederlandse belastingstelsel de laatste jaren door allerlei wijzigingen een lappendeken is geworden wordt echter wel onderschreven. De aankondiging dat er in de politiek wordt gestudeerd op een ingrijpende aanpassing van ons belastingstelsel doet vermoeden dat in Den Haag deze boodschap ook is ontvangen.

 

Reageren

Reacties